Zelfverdediging Info Blog

Wordt weer scholier t.a.v. uw zelfverdediging en léér.

Zelfverdediging Tip 28: wordt supersterk!

Wegen
Voorafgaande aan hun wedstrijden moeten veel vechtsporters gewogen worden. Dat is niet voor niets. Dat is ter controle van het juiste gewicht, zodat deze sporters ongeveer even zwaar zijn binnen de marge die zo een vechtsport hun biedt. Vechtsporters wéten dat zij (binnen hun gewichtsklasse) zo sterk mogelijk moeten zijn om het van hun tegenstanders te kunnen winnen. Daartoe hangen vechtsporters minstens driemaal per week in een krachthonk. Omdat een sterkere spier over het algemeen ook een grotere spier is, nemen vechtsporters niet alleen in kracht toe maar ook in omvang. En dus in gewicht. Vandaar dat zij zich moeten wegen om te controleren dat zij niet veel zwaarder zijn (geworden) dan hun tegenstander.

Spiermassa
Blijkbaar vinden vechtsporters kracht ontzettend belangrijk. Zij zorgen ervoor zo sterk mogelijk te worden. Kracht helpt hen om tegenstanders keihard te treffen, vasthouden en/of werpen. En omdat meer kracht gelijk staat aan een hoger gewicht door de toename van hun spieromvang, worden zij gecontroleerd op het juiste gewicht. Vaak klopt hun gewicht overigens niet meer. Dan gaan zij ‘crashen om te cashen’. Op allerlei manieren gaan vechtsporters die exponentieel in gewicht toegenomen zijn dit gewicht er weer af gooien. Nee, niet hun spiermassa omlaag brengen maar hun enkel hun gewicht. Zij gaan diëten en zweten en desnoods plaspillen slikken. Alles eraf gooien wat zij denken dat zij kunnen missen … behalve hun spiermassa.

Chemie
Om spieren sterker te maken moeten zij een bepaalde weerstand ervaren. Die weerstand wordt gevormd door halters, stangen en al het andere dat ons lichaam kan belasten tijdens het uitvoeren van een beweging. De kracht die spieren moeten genereren om zo een weerstand te overkomen geeft signalen af via chemische processen die het menselijk lichaam ertoe aanzetten spieren te laten groeien en sterker worden. Die chemische processen zijn van groter belang dan de gewichten die deze oproepen. Het draait niet om de gewichten maar om de processen. En dat is een belangrijk gegeven. Die chemie die ons lichaam kenmerkt.

Uniek
Elk lichaam is anders, met vergelijkbare processen en tegelijk geheel andere uitkomsten. Het ene mens voelt zich meer aangetrokken tot het leveren van duurkracht terwijl de ander veel explosiever is van aard. Nu benoem ik hiermee precies twee uitersten aan het spectrum van de krachttraining: duurkracht en snelkracht. Twee vormen van krachttraining die zich niet makkelijk laten combineren.

In de jaren ’80 van de vorige eeuw was ik lid van de Nederlandse Karate Selectie. Om daarvoor geselecteerd te worden moest ik eerst prijzen winnen op nationaal niveau. Om karatewedstrijden te winnen moest ik duurkracht en snelkracht combineren. Want, in die tijd moest ik gemiddeld twaalf wedstrijden per dag vechten wat over de gehele dag bezien een bepaalde mate aan duurkracht van mij vergde. Terwijl ik in mijn wedstrijd van drie minuten enkel en alleen moest exploderen. Duurkracht en explosieve kracht combineren was niet makkelijk maar lukte mij in voldoende mate om een redelijk succesvolle topvechtsporter te worden.

Truukjes
Als oud-topkarateka voer ik dit regime in mijn ridderfactortraining zelfverdediging door. ‘Zonder kracht géén kunde’ zeg ik tegen elke cursist die ik mijn krachthonk in Bussum binnenloods. Daarna leg ik cursisten uit dat zij fysiekmentaal maximaal sterk moeten worden om hun kansen op winst in een gevecht zo groot mogelijk te maken.

Bij mij leren cursisten voor hun zelfverdediging géén ‘truukjes’ en ‘geheime technieken’ die geen kracht van hen vergen. Mijn ervaring als topvechtsporter binnen het sportkarate heeft mij geleerd dat ik binnen mijn gewicht maximaal sterk moest zijn om het te kunnen winnen van tegenstanders die net zo zwaar waren. Anders zou elke strijd binnen mijn vechtsport éénrichtingsverkeer worden. Zonder dat ik daar ook maar iets tegenin zou kunnen brengen.

Bruut
Laat staan wanneer ik het zou moeten opnemen tegen iemand die veel zwaarder in gewicht zou zijn dan ik was! Nou, dat kan ik vertellen omdat ik ook in de Open Klasse karatewedstrijden gevochten heb. De Open Klasse houdt een open gewichtsklasse in, waaraan elke karateka mee mocht doen ongeacht diens gewichtsklasse. Een wedstrijdvechter van 75 kg kwam op de mat tegenover een tegenstander van 104 kilo te staan. Allebei super getraind, technisch maximaal vaardig en zo sterk als het maar kan qua kracht en uithoudingsvermogen.

Een paar maal ben ik 3e van Nederland geworden in zo een Open Klasse. Even zo vaak kwam ik werkelijk bont en blauw thuis. Destijds schommelde mijn gewicht rond de 75 kg en mijn trainer vond het geen goed idee om uit te komen in de -80 kg klasse. Hij had liever dat ik in de -75 kg klasse zou vechten. Dat vond ik zelf niet zo een goed idee omdat ik 1.83 meter lang ben en middengewichten over het algemeen iets korter zijn. Zelf draaide ik het liever om en vocht ik met mijn gewicht en lengte veel liever in de -80 kg klasse. En in de Open Klasse. In deze laatste klasse ging het er bruut aan toe.

Roofdieren
Hoeveel harder zal het er ‘om het echie’ aan toe gaan binnen een gevecht in de zelfverdediging? Boeven vallen pas aan zodra hun kans op succes meer dan gemiddeld is. Daarin zijn criminelen niet anders dan roofdieren. Het tuig valt pas aan zodra zij overmacht en/of overtal hebben. Vrijwel letterlijk verzamelen misdadigers eerst hun kameraden en/of al hun kracht voordat zij tot de aanval overgaan. Net zoals wolven zich verzamelen voordat zij op jacht gaan.

Daarom noem ik aanvallers in mijn ridderfactortraining zelfverdediging altijd ‘Wolven van de Straat’. Zodat mijn cursisten weten met wie zij van doen hebben. Waar zij rekening mee moeten houden. Wat van hen gevergd zal worden als zij een confrontatie niet kunnen ontlopen. Fysiekmentaal maximale kracht naast werkelijk werkende weerbaarheid. Vandaar mijn slagzin: ‘Zonder kracht géén kunde’.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Geen categorie and have No Comments