Zelfverdediging Info Blog

Wordt weer scholier t.a.v. uw zelfverdediging en léér.

Adrie de Herdt Dag van het Karate

Op de foto van rechts naar links zittend op het bankje: karategrootheden John Reeberg, Hans Harthoorn en Jerry Smit uit het Kyokushinkai/Goju Ryu Karate, Shotokan Karate en Wado Ryu Karate, gedrieen kijkend naar een workshop die ik verzorgde op de Dag van het Karate.

Voor mij is het een enorme erkenning uit het werkveld dat de grootste karateorganisatie van ons land, de Karatedo Bond Nederland (lid van de European Karatedo Federation en de World Karatedo Federation) mij op de jaarlijkse Dag van het Karate meerdere workshops heeft laten verzorgen over puur praktijkgerichte zelfverdediging zoals ik dat binnen mijn riddertrainingen verzorg.

Bovendien waren karatecoryfeeën uit het wedstrijdkarate én traditioneel karate als John Reeberg, Hans Harthoorn, Jerry Smit, Raymond Snel, Gertjan Martens, Johny Malawauw, Mo El Ayachi en Pierre Drachman erbij aanwezig. Hun goedkeuring betekent tot op heden enorm veel voor mij. Het is voor mij een teken dat ik op de goede weg ben in het aanscherpen van technieken uit het karate tot handelingen die direct toepasbaar zijn in de praktijk van een confrontatie binnen de zelfverdediging.

Uiteindelijk heb ik slechts een 1e Dan in het Shotokan Karate en een 2e Dan in het Wado Ryu. Dat grootheden uit het Shotokan, Wado Ryu, Shito Ryu en Kyokushinkai hun goedkeuring lieten blijken vind ik geweldig.
Tegelijk maakt dit mij nederig en opnieuw een scholier die nog heel veel te leren heeft over allerlei karatestijlen, karatetechnieken én toepassingen van die technieken.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments

Zelfverdediging Tip 41: Stokvechten? Keep It Simple Stupid!

Geen moeilijke vechthouding, gewoon je pen stiekem achter je rug.

Stokvechten

In veel verschillende culturen meppen mensen elkaar met stokken. Over de hele wereld gebruiken vechtjassen kleine, middelgrote en hele lange stokken om elkaar mee te bevechten. Iedereen doet aan stokvechten. Van kinds af aan. Denk maar eens goed na en kijk een heel ver terug in je eigen persoonlijke historie. Iedereen heeft ooit wel eens iemand geslagen. Meestal met de blote hand maar soms zelfs met een stok. Soms was de slag meer een tikje net zoals veel klappen in onze jeugd onderling nooit bedoeld zijn geweest om onze vriendjes (en vijanden) voor altijd mee te beschadigen. Het was niet écht vechten zoals in de zelfverdediging maar, het was wel een soort van stokvechten.

Mondiaal

Ik durf hier bijna te verklaren dat vrijwel elke vechtsport en elk verdedigingssysteem een vorm van stokvechten kent. De een met een super kleine, de ander met een hele lange stok en anderen met allerlei tussen varianten. Het blijven stokken. Het blijven oefeningen om mee te vechten. Hiermee erkennen al die sporten en systemen dat het aanleren van stokvecht- en stokverdedigingstechnieken van groot belang zijn voor ons. Dat geloof ik ook. In mijn riddertrainingen zelfverdediging leren cursisten ook stokvechten en stokvechttechnieken.

Vaardigheid

Alles draait wat mij betreft om het leren begrijpen van een stok, diens mogelijk- en onmogelijkheden, diens bereik en diens impact. Vaak in veel verschillende gevechtssituaties. Zo leren cursisten dit wapen heel diep kennen en weten zij meteen wat te doen voor het geval zij zelf geconfronteerd worden met een stokaanval. En dat is niet mis.

Tweemaal heb ik een échte stokaanval moeten verdedigen. Eenmaal van achteren (dan helpt geen enkele vaardigheid je meer) en de andere maal van voren. De aanval van achteren kon ik na impact nog een vervolg geven. De aanval van voren sloeg mij KO en ik zakte achterover weg. Ondanks dat ik zelf regelmatig stokvechttechnieken trainde werd ik vreselijk verrast. ‘Vaardigheid helpt niet wanneer je een aanval niet ziet’ is nota bene een van de slogans die ik mijn cursisten leer.

Afstand

Oefen regelmatig in het stokvechten. Want, anders raak je het ‘gevoel’ erin kwijt. Stokvechten is iets heel anders dan ongewapend vechten. Je staat iets verder van je tegenstander vandaan maar kan hem toch veel harder raken dan met je blote hand/vuist. Vaak wordt mij gevraagd wat de ‘juiste afstand’ is om effectief te kunnen stokvechten. ‘Niet’ antwoord ik altijd. Er is namelijk volgens mij geen ‘juiste afstand’ in het mesvechten.

Er zijn naar mijn idee en persoonlijke praktijkervaring wél drie afstanden die van belang zijn om te onderscheiden binnen het stokvechten. Deze afstanden heb ik ieder een naam gegeven naar hun eigen karakteristieke eigenschappen die mijn cursisten werkelijk uit het hoofd moeten weten. Zodat zij efficiënt zullen stokvechten. De grootste afstand noem ik ‘handafstand’ en is de afstand waarop jij met jou stok alleen de hand van je tegenstander zou kunnen raken. Meer niet. De middellange afstand noem ik ‘armsafstand’ en is de afstand waarop jij met jouw stok de onderarm, bovenarm, hoofd en knie van je aanvaller zou kunnen raken. De kortste afstand noem ik ‘hoofdafstand’ omdat je op deze superkorte afstand je aanvaller ook een kopstoot zou kunnen geven. Op deze afstand gebruik je over het algemeen de achterkant van je stok. Dit zijn de drie afstanden in het stokvechten die volgens mij belangrijk zijn om te onthouden en gebruiken.

Grip

Bovendien is het van groot belang regelmatig het ‘gevoel’ van de grip op je stok te ervaren. Vaak wordt aan mij gevraagd hoe ‘stevig’ een stok, pen, stift, wapenstok of ander hard voorwerp vast gehouden moet worden om ermee te kunnen vechten. ‘Net zoals je iemand een hand geeft die je voor het eerst ontmoet en waarmee je kennis wil maken’. Dus: niet te hard en ook niet zo zacht dat die hand uit de jouwe kan glijden. Een goede grip dus.

Oefen het vasthouden van een stok vaker dan dat je stokvechttrainingen bij kan wonen. Aan mijn cursisten kan ik meteen zien of zij in hun vrije tijd stokvechten getraind hebben. Hun grip is ‘losser’ en hun stok laten zij vaker als nodig per ongeluk vallen. Hoe vaker je een stok hanteert hoe bewuster je zult zijn van het verzwakken van je grip erop. Uiteindelijk moet je een stok heel goed kunnen vasthouden om jezelf ermee te kunnen verdedigen.

OOOA

Het klinkt als een luidgerekte luie geeuw: OOOA! Maar het staat voor een hele scherpe vechthouding in de riddertrainingen zelfverdediging die ik verzorg. Het staat voor de volgende vier woorden: Ontwijken, Omleiden. Ontwapenen, Aanvallen.

Wat mij betreft is het zo logisch als wat. Als praktijkervaren vechter had ik de twee stokaanvallen op mijn hoofd welzeker moeten ontwijken. Nu ben ik getroffen en dat leverde meer en minder ernstig letstel op. Ontwijken is een hele kunst. Omleiden ook. Dan moet een stokaanval zodanig opgevangen worden dat deze direct doorgestuurd kan worden. Uiteraard in het luchtledige zodat de verdedigende partij geen letsel op kan lopen. Ontwapenen spreek voor zich: doe alles om de stok af te kunnen pakken van je tegenstander. Afsluitend val je jouw aanvaller zelf aan zodat deze niet nog eens kan besluiten een aanval op jou in te zetten.

Techniek

Voor stokvechttechnieken moet je niet bij mij wezen, die heb ik niet. Tenminste, niet zoals in zoveel video’s op YouTube te zien zijn. Ik zorg er zelf altijd voor datgene dat ik in mijn hand heb heel goed vast te houden en anderen daar heel hard mee te raken. Of dit nu een bezemsteel of een pen is. Deze houdt ik stevig vast zodat ik op impact geen risico loop mijn stok uit mijn handen te laten vallen.

Misschien is dit wel de enige techniek die mijn cursisten van mij leren. Voor de rest leer ik hen alleen maar ‘hameren’ en ‘krassen’ op alles dat zij kunnen raken aan de hand, arm, hoofd en knieën van hun aanvaller. Uiteraard kan je alleen maar hameren en krassen met een hele korte stok. Zo kort dat die net aan de onderkant en de bovenkant van je gesloten hand zal uitsteken. Eigenlijk vergelijkbaar met de grootte van een gemiddelde pen. Zulke verdedigende technieken zijn daarom ook goed uit te voeren met een pen en/of viltstift. Bijvoorbeeld de Pocketshark van Cold Steel of een stalen Jotter Steel van Parker Pens. Niemand adviseer ik een ‘tactical pen’, Pocketshark of kobutan te kopen. Alles vanuit het KISS-principe: Keep It Simple Stupid!

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments

Zelfverdediging Tip 40: Kobutan? Keep It Simpel Stupid!

In het midden de Cold Steel Pocket Shark een geweldige stift.

Wapen

Wat er in de afgelopen zomervakantie allemaal gebeurd is, ik weet het werkelijk niet. Maar, ik krijg nu net na de zomervakantie veel vragen van terugkerende vakantiegangers over de zogenaamde ‘kobutan’, ook wel ‘pocketstick’ genoemd. Soms zitten er sleutels aan vast en is de pocketstick een sleutelhanger geworden. Soms zit zo een kobutan in een foedraal aan de broeksriem en lijkt het al veel eerder een wapen dat ter zelfverdediging gebruikt worden kan.

Expert

Zo direct na deze zomervakantie hebben mensen redenen ervaren een pocketstick of kobutan aan te schaffen. Sommige hebben ‘experts’ er demo’s mee zien geven anderen hebben vrienden en familie met pocketsticks en/of kobutan zien oefenen. Een ander iets zien kunnen, is voor mij persoonlijk nog geen reden datgene ook te willen kunnen. Ik heb geen pocketstick of kobutan. Ik ben helemaal geen expert, instructeur of trainer die mensen kan leren met zo een wapen adequaat geweld te kunnen keren.

Stift

Wél heb ik al jaren een viltstift, de Pocket Shark van het merk Cold Steel vrijwel dagelijks bij mij. Het is écht een stift waarmee geschreven worden kan. Het is van kunststof dat niet makkelijk stuk gaat en er zitten geen scherpe punten aan. Het is echt een dikke stift waarmee ik kan schrijven.

Tegelijk heeft deze stift mij meerdere malen uit hele nare situaties gered. En dat waren beslist geen oefensituaties. Met deze stift heb ik vingers, handruggen, onderarmen, biceps, bovenbenen en knieschijven geraakt van personen die op geen enkele andere wijze meer voor rede vatbaar waren.

Wolven

Echte straatschoffies maken zich niet druk om een beetje pijn. Dat hoort er voor hun elke dag bij. Zo zijn zij opgegroeid, zo leven zij elke dag en zo zien zij hun verdere toekomst. Zij laten zich niet makkelijk intimideren en zijn niet snel bang. Zelfs binnen hun eigen gezin en familie raken zij met elkaar slaags op zodanige wijze dat ziekenhuisbedden door gewonde wolven bezet gehouden worden. Wolven moet je écht pijn doen, zo ontzettend hard dat hun enthousiasme om zich te misdragen daar substantieel door zal afnemen.

Bovendien hebben wolven nog een voordeel op de nette, normale burgers: zij opereren nooit alleen. Zie je één wolf dan zie je een troep wolven. Die staan elkaar door dik en dun bij. Niet in politieverhoren overigens, dan verraden zij elkaar al snel maar dat terzijde. Want, in de strijd kunnen wolven het zich niet veroorloven leden van hun troep in de steek te laten. Elke wolf zal zich intrinsiek gemotiveerd willen bewijzen tegenover hun troep. Elke wolf zal er vol in gaan.

Burgers

De nette inwoners van ons land houden zich aan wetten, regels, afspraken, normen en waarden. Nette inwoners van ons land beseffen dat zij het geweldsmonopolie aan onze opsporingsdiensten overgedragen hebben. En dat deze overdracht in stand gehouden wordt via het openbaar ministerie dat overtreders zal bestraffen. In theorie. Bij de huidige stand van zaken komt het openbaar ministerie bijna niet tot het vervolgen van overtreders terwijl onze rechterlijke macht het zo druk heeft dat het bijna niet tot het veroordelen van vervolgden komt.

Nette burgers zijn bang om vervolgd te worden voor het overtreden van wetten. Zij rijden niet door rode verkeerslichten, zij stelen niet van anderen en durven geen geweld toepassen. Dat is lastig op het moment dat anderen geweld op hen toepassen. Die ‘anderen’ dat zijn inwoners van ons land die zich als wolven gedragen. Zelf noem ik deze figuren ‘Wolven van de Straat’. Ben je hun straattaal niet machtig sta je als burger meteen op achterstand.

Gebruiken

Terug naar de pocketstick ook wel kobutan genoemd. Daar worden de laatste tijd veel vragen over aan mij gesteld. Vaak vraag ik eerst terug hoe de vragensteller zo een pocketstick bij zich draagt. Over het algemeen in een tas, een damestas, schooltas of laptoptas. Niemand die ik sprak heeft zo een pocketstick in een foedraaltje aan de broeksriem hangen. Dit betekent nogal wat. Namelijk dat zij hun kobutan alleen kunnen gebruiken nadat ze die opgediept hebben uit hun tas. Dat kost tijd. Kostbare tijd.

Daarnaast vraag ik ook hoe zij zo een kobutan willen gebruiken. De meesten antwoorden dat zij met zo een kobutan naar ‘vitale’ delen en ‘drukpunten willen slaan. Daarop vraag ik hen of zij drukpunten nu direct voor mij kunnen aanwijzen. Dan laten zij mij de gebruikelijk drukpunten zien zoals die tussen de basis van de duim en wijsvinger op de handrug, bovenin de onderarm, op de biceps en onder het oor in de nek. Maar, allemaal wijzen zij deze drukpunten bij zichzelf aan. Wijs deze eens bij mij aan … nu ontstaan er plotseling problemen. Het valt niet mee om drukpunten bij anderen aan te wijzen … laat staan dat die afdoende hard geraakt kunnen worden zodra stress en adrenaline in het spel zijn. Bovendien moeten drukpunten vaak op een bepaalde manier, met een bepaalde druk en soms zelfs in een bepaalde richting geraakt worden om er effect op te kunnen hebben.

KISS
Voor mij daarom geen drukpunten. Niet alleen voor de pocketstick/kobutan maar voor elke handeling die bedoeld is om een aanvaller mee af te stoppen. Voor mij is het heel eenvoudig: ga voor de ogen, keel, knieën en onderbenen. Heb je iets keihards in handen? Ga voor vingers, keel, ogen en knieën. Zo hard als je kan. Keep It Simpel Stupid!

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments

Zelfverdediging Tip 39: doe je tegenstanders pijn … ga voor zijn ogen!

Scannen

Boeven gedragen zich niet als normale, doorsnee en gewone burgers. En al helemaal niet zoals de wél opgevoede nette en beleefde inwoners van ons land. Criminelen pakken direct ruimte af van personen die timide en verlegen zijn. Hier is veel onderzoek naar gedaan. Gevangenen zijn door wetenschappers bevraagd naar argumenten waarom zij iemand tot slachtoffer maakten. Argumenten die geboefte vaak binnen enkele seconden al de bevestiging gaven zo een mens aan te kunnen vallen. Deze criminele argumenten zijn op hun waarde onderzocht. Met als belangrijkste uitkomst dat naarlingen hun omgeving vrijwel continue scannen op zoek naar slachtoffers.

Pakkans

Nu komt het: alles staat of valt (bijna letterlijk) met de houding die iemand toont. Een gebogen hoofd, voorover hangende schouders en een afgewende blik zijn enkele van de indicatoren die boeven een groen sein geven. ‘Deze kan ik aan’ en ‘deze kan ik hebben’ zegt zo een houding aan criminelen. Deze informatie bepaalt voor boeven de gepercipieerde pakkans. Dat is de inschatting die zij maken dat zij voor hun criminele actie zullen moeten boeten omdat zij ervoor opgepakt kunnen worden. Dat is nogal wat. En denk nu niet dat je safe bent enkel en alleen omdat je fysiekmentaal uitstekend in orde bent. Ook dan maken snoodaards hun eigen persoonlijke criminele afweging: welk wapen zal ik gebruiken om het van hem te winnen? Is hun gepercipieerde pakkans binnen acceptabele marges zal ook zo een supergoed getrainde persoon tot slachtoffer worden.

Houding
Vandaar dat ik aan cursisten in mijn riddertrainingen zelfverdediging nooit zeg een stoere houding aan te nemen. Om met het hoofd rechtop te lopen zo lang zij dit niet uit zichzelf doen. Boeven ‘ruiken’ het meteen zodra iemand een krachtige houding faked. Zij maken direct onderscheid tussen echt en onecht. Het is een tweede natuur voor hen anderen te scannen omdat zij in de onderwereld vrijwel niemand kunnen vertrouwen. Zij hebben door scha en schande geleerd lichaamstaal te lezen. Een toneelspelletje hebben criminelen haarfijn door. Neem geen houding vol van zelfvertrouwen aan maar creëer voldoende zelfvertrouwen en ga daarnaar lopen. Zo ontstaat een eigen, individuele en persoonlijke ‘stoere’ houding. Zelfs met afgewende ogen, voorover gebogen schouders en een gebogen hoofd. Een houding die criminelen niet kunnen ‘lezen’, een houding die zij niet begrijpen. Er klopt iets niet aan deze persoon. Een houding die hen doet nadenken en nadenken kost tijd. Boeven hebben alles: een verleden vol geweld, een heden waarin nog steeds geweld gebruikt wordt, een harde geest en een motivatie om tot actie over te gaan. Het enige dat criminelen niet hebben is tijd.

Tijd

Tijd gebruiken boeven nooit om niets te doen. Dat noemen zij verloren tijd en tijd is geld … crimineel geld. Moeten zij te lang twijfelen over een persoon en hoe die tot slachtoffer te maken dan geven boeven al snel op. Zij kiezen een ander uit. Die makkelijker aan te pakken is en daarom veel minder tijd zal kosten. Boeven hebben alles behalve tijd.
Ga daarom maximaal trainen. Wordt maximaal sterk. Ook al ben je nog geen 1.60 m lang, heb je 20 kg overgewicht, ben je bijziend en kortademig. Haal het maximale uit jezelf op fysiekmentaal gebied. Zodat je in ieder geval langer weg kan rennen van een boef vandaan dan dat hij jou kan volgen. Of jij langer van je af kan slaan dan hij jou kan meppen. Kortom zorg ervoor meer te kunnen dan hij kan. En ga trainingen zelfverdediging volgen. Zodat je ook weet waar je hem kan slaan en schoppen. En hoe dat te doen.

Wolven

Zo ontwikkel je de kracht, behendigheid en het uithoudingsvermogen je verdedigende vaardigheden effectief uit te voeren. ‘Wolven luisteren nooit naar woorden’ zeg ik tegen cursisten in mijn riddertrainingen zelfverdediging bij Sta Vast Training in Bussum. Die moet je werkelijk pijn doen om hen te stoppen in hun acties. ‘Wolven’ zo noem ik criminelen omdat zij nooit alleen staan. Net een roedel wolven dat door de bergen zwerft, zo zwerven boeven rond overal waar zij kunnen komen. Op straat en allerlei pleinen, door hotellobby’s, in het café en andere uitgaansgelegenheden en zelfs op het strand. Slachtoffers zijn net de koe of het kalf die zij uit het roedel herten kiezen om aan te vallen. Herten hebben het gehuil van de wolven wel gehoord maar zijn niet op tijd vertrokken. Zij hebben zich niet op tijd uit de voeten gemaakt. Voelt een situatie niet goed aan, ga gewoon weg. Waar je ook bent. Al is het bij familie. Want zodra je met wolven te maken hebt ben je echt niet veilig. Je zult je aanvallers pijn moeten doen om hen van je af te krijgen. Wolven luisteren nooit naar woorden!

Schieten

Onze ogen zijn niet alleen slecht in vergelijking met die van een heleboel dieren, zij zijn ook bijzonder kwetsbaar. Mensen zien niet best terwijl hun ogen wel ontzettend veel pijn doen zodra die letsel oplopen. En nee, ik leer niemand andermans ogen uit te steken. Wel leer ik cursisten de ogen van hun tegenstanders aanvallen juist omdat die zo vreselijk veel pijn doen. Dat tempert het enthousiasme van criminelen vrijwel direct. Met de handen voor hun ogen zien zij niet veel meer. Bovendien beginnen beide ogen meteen ontzettend te tranen wat het zicht verder beperkt. Ziendeblinde mensen zijn banger voor het nietszien dan blinden die gewend zijn op de tast te leven. Als slachtoffer heb je nu de rollen in je voordeel omgedraaid. Je aanvaller ziet weinig of niets terwijl jij alles kan (over)zien. ‘Schieten’ noem ik het aanvallen van de ogen van een tegenstander. Ik ben hier praktijk-ervaren in en kan erover zeggen dat elke tegenstander na eenmaal ‘schieten’ op diens ogen al vlot een stuk rustiger jegens mij werd dan diegene ervoor was. Wolven luisteren niet naar woorden, enkel en alleen naar pijn.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments

Zelfverdediging Tip 38: durf, doe én ga door!

Op de website ridderfactor.nl een bijzondere tip voor zodra het op échte zelfverdediging aankomt: DURF, DOE EN GA DOOR! Met de aanvulling dat je jouw handelen niet moet laten beïnvloeden door je eigen angst en die van anderen.

Natuurlijk is dit een beetje kort door de bocht. Om te durven zullen cursisten moed moeten ontwikkelen. Om te doen moeten cursisten vaardigheden ontwikkelen. En om door te kunnen gaan moeten cursisten doorzetting- en uithoudingsvermogen moeten ontwikkelen.

Het is een waarheid als een koe dat cursisten voor hun zelfverdediging moedig, vaardig en sterk moeten worden. Zij moeten leren durven, doen en doorgaan. Zich schrap durven zetten. Standvastig worden. Niet meer bang zijn voor of worden van hufters.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments

Zelfverdediging Tip 37: leer incasseren en vecht je eigen gevecht!

Keihard
In het echte gevecht wordt altijd keihard geraakt! Zo is het en niet anders! En dat kan ik zeggen omdat ik beroepsmatig een ervaringsdeskundige ben. Al mijn tegenstanders hebben mij keihard geraakt of dat geprobeerd. Zowel met directe, binnen de vechtsport ‘lineaire technieken’ genoemd als met ronde bijna zwaaiende technieken zoals ‘ongetrainden’ die uitvoeren. Door allebei de soorten aanvallen ben ik geraakt. Mijn aanvallers wisten treffers te plaatsen. Zo hard en diep dat ik erdoor gewond geraakt geweest ben. Opzettelijk. En dat is hele andere koek dan treffers die je in een training scholierenzelfverdediging per ongeluk toegediend krijgt. Of treffers die je ontvangt in een training binnen de vechtsport of zelfs in een keiharde (contact)vechtsportwedstrijd.

Oordeel
Nu oordeel ik niemand over diens manier van trainen voor de zelfverdediging. Zelfs niet als zo iemand beweert zichzelf te kunnen verdedigen zonder een aanvaller aan te raken. Of op deze manier zijn leerlingen leert zichzelf te verdedigen zonder een aanvaller te raken. Terwijl dit volgens mij onmogelijk is. Zelf zeg ik altijd tegen cursisten die ik in de riddertraining zelfverdediging train het volgende: ‘zonder kracht géén kunde’. Kijk eens naar instructeurs bij leger en politie die zijn niet voor niets meer dan gemiddeld krachtig. Dit zegt volgens mij genoeg. En komt voort uit mijn eigen persoonlijke waarheid als het op zelfverdediging aankomt. Mijn individuele ervaring met het échte gevecht.

Collectief

Er wordt wel eens gezegd dat ieder individu diens eigen waarheden kent en daarnaar leeft. Binnen (grote) groepen mensen kan dit raar (op)vallen. Op het moment dat veel mensen samenleven moeten waarheden van individuen aan die van de groep aangepast worden. Daar schrijven mensen regels en wetten voor die in enige mate gebaseerd zijn op normen en waarden die zij aanhangen. Regels en wetten die gehandhaafd worden. Nu terug naar zelfverdediging.

Individueel
Op het moment dat groepen mensen samen zelfverdediging trainen, heeft zo een groep de neiging individuele waarheden aan te passen aan waarheden van zo een groep. Waarheden die door zo een groep vastgelegd en nageleefd worden. Waarheden die zichtbaar gemaakt worden in voorschriften, kleding en examens. Examens die voorschriften toetsen en handhaven. En nog veel meer.
Zo een groep gaat daarmee voorbij aan het feit dat elke strijd een persoonlijk gevecht is. Niet de groep moet zichzelf verdedigen maar het individu.

Véchten!
Binnen de ene groep wordt vooral het staande gevecht met veel schoppen en slaan gepropageerd terwijl de andere groep lekker achterover gaat liggen en het grondgevecht voorstaat. De ene groep legt de nadruk op krachtig uitgevoerde directe technieken terwijl de andere groep het zoekt in meegeven en soepel uitvoeren van bijna zwaaiende en draaiende verdedigingen. Bedenk het zo gek nog niet of er zijn groepen die zo trainen. Er zijn zelfs groepen die aanvallers leren uitschakelen zonder hen te raken!

Mij maakt het niet uit wat en hoe anderen trainen. Voor mij als trainer is het belangrijk dat ik vanuit mijn individuele persoonlijke ervaring met het échte en levensgevaarlijke gevecht, mijn cursisten bijbreng hoe zij héél blijven. Juist op momenten waarin het er keihard aan toe gaat. Op momenten waar zij er helemaal alleen voor staan. Alles zelf moeten doen. Hun eigen gevecht moeten vechten. Ontzettend veel moeten incasseren. ‘Slik maar weg’ zeg ik in mijn riddertrainingen zelfverdediging regelmatig zodra deze of gene het een en ander moet incasseren. En dat geldt zeer beslist ook voor mijzelf.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments

Zelfverdediging Tip 36: mesvechten is nooit ‘net als in de film’.

Zelfverdediging voor beroeps.
Op deze oude foto is een mesvechttraining in het kader van een les Beroepsmatig Fysiek Optreden en zelfverdediging te zien. Als beroepskracht is over mij op papier vastgelegd dat ik van boze boeven messen afgepakt heb. Daar kan ik maar één ding over zeggen: dag ging nooit ‘net als in de film … ik wil het’.
Niemand moet het willen om in een mesgevecht terecht te komen. Zonder dat je het weet ben je al gewond. En dat is mijn persoonlijke ervaring. Het ‘voelt’ alsof er iets in je huid knapt … daar ben je dan door een mes geraakt. Alleen zo kan ik het omschrijven en niet anders. De echte pijn komt pas zodra je in een ziekenhuis wakker wordt.

Nivelleren.
Terug naar het begin: maak dat je wegkomt zodra je een snij- of steekwapen ziet. Dit kan van alles zijn waarmee gesneden en gestoken wordt. Voorbeelden te over uit de praktijk. Pas zodra je zeker weet dat je niet (meer op tijd) weg kan komen, zoek meteen zelf een wapen of iets dat je daarvoor gebruiken kan. ‘Nivelleren’ noem ik dit in mijn riddertrainingen zelfverdediging. Een nadelige situatie weer enigszins in je voordeel doen ombuigen.

Waarom vechten boeven nagenoeg altijd gewapend? Of zorgen zij er op een andere manier voor in het voordeel te zijn. Bijvoorbeeld door elke dag loeihard in de krachttraining te hangen. Of middelen te gebruiken die ervoor zorgen dat zij alle energie en kracht weten te mobiliseren. Zonder grenzen en zonder remmingen. Zo hebben zij een streepje voor op hun slachtoffers. Daarom vechten boze boeven altijd gewapend.

Slachtoffer.
Wordt geen slachtoffer. Trek de situatie nog enigszins gelijk. Ga ‘nivelleren’. Denk echt niet dat ik in alle confrontaties waarin sprake was van een snij- of steekwapen, daar ongewapend ingestapt ben. Al moest ik bij een buurman een mes ophalen … dan deed ik dat. ‘Leen mij even jouw mes’ was geen vraag maar een commando. ‘Jij krijgt hem zo terug’ zei ik om de eigenaar te overtuigen mij zijn mes te geven. Voor de boze boef met mes werd het een mes-tegen-mes situatie. Die werd gelijk veel minder enthousiast ten aanzien van het uitvoeren van zijn nare plannen.
Wordt geen slachtoffer en sla (what’s in a word?) aan het ‘nivelleren’. Want, mesgevechten verlopen nooit ‘net als in de film … ik wil het’ (volgens mij van Doe Maar jaren geleden). In actiefilms zijn alle mesgevechten in scene gezet. Anders krijgen acteurs alleen maar ongelukken en verwondingen. Alle handelingen zijn van te voren doorgesproken en eindeloos herhaald om een film er zo echt mogelijk uit te laten zien. Terwijl iedereen die bij de opname betrokken is wéét dat het niet echt is. Het moet er voor het bioscooppubliek zo echt mogelijk uitzien. Dat is een hele andere instelling dan de mentaliteit die nodig is om een echt mesgevecht te winnen.

Tijdwinst.
Boze boeven hebben juist liever helemaal niet dat ook maar iemand zien kan wat hij aan het uitvoeren is. Ook zijn mesaanval houdt hij het liefst onzichtbaar voor iedereen. En in de eerste plaats voor het slachtoffer. Hoe eerder het slachtoffer de steek in beeld krijgt hoe sneller die deze nog kan ontwijken. Ontwijken door te maken dat die wegkomt of zijn lichaam uit de lijn van de aanval te halen. Is een mesaanval eenmaal ontweken kan een slachtoffer plotseling zelf tot de aanval overgaan en daar zijn boeven bang voor. Niet voor de pijn maar voor tijdsverlies. Alles gaat nu langer duren dan gedacht. En boeven hebben nooit tijd.

Ga trainen!
Door tijd te winnen, win je een gevecht tegen een boef. Hoe langer hij achter jou aan moet gaan hoe eerder hij de achtervolging zal staken. Hoe vaker hij moet toesteken of aansnijden hoe eerder hij zijn aanvallen zal staken. Zorg ervoor dat boeven tijd verliezen. Maak het hen moeilijk en zorg er tegelijk voor zo lang mogelijk heel te blijven. Want: een écht mesgevecht verloopt nooit net als in de film. Er wordt (naar mijn persoonlijke ervaring) bijna blind toegestoken en gesneden. Er wordt vooral op de romp gericht omdat daar het snelst iets te raken valt. Of aan de romp of aan de armen die ter verdediging voor de romp gehouden worden of aan de benen die uit angst opgetrokken worden tot voor de romp.

Gerichte en gecombineerde aanvallen door een mesvechter met meerdere manieren van snijden en steken in combinatie met grijpen en sleuren heb ik maar éénmaal meegemaakt. Dit betekent voor mij dat de meeste mensen die een mes pakken daar nooit eerder mee getraind hebben. Ga er overigens wél vanuit dat mesvechters praktijkervaring hebben opgedaan. Tegelijk toont dit hun nadeel en uw voordeel aan: ga trainen! Zoek een goede instructeur en leer jezelf adequaat verdedigen ten een mesvechter.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments

Zelfverdediging Tip 35: leer alles zien … dan kan je alles doen!

Veiligheid
Verdedigende technieken die ik eind jaren tachtig van mijn rijksinstructeurs in onze lessen PPO/FVT aangereikt kreeg waren volstrekt niet functioneel. De trainingen zelf overigens ook niet. Alles was een kopie van hoe mijn instructeurs binnen verschillende sportscholen lessen verzorgden. De meesten waren judo-, jiujitsu-, karate- of taekwondoleraar en vaak een combinatie ervan. Zij trainden ons zoals zij hun vechtsportleerlingen trainden. Soms kregen wij zelfs dienstsport in hun sportscholen. Die zagen er prachtig uit: heerlijk zachte judomatten, een boksring, bokszakken, stoot- en trapkussens, mooie kleedkamers en warme douches.

Beroepskrachten werden behandeld als leerlingen van een vechtsportschool. We moesten rondjes rennen door een schitterende dojo, bokje springen over elkaar en over elkaars rug vallen, rollen en afslaan. Vooruit en achteruit. Op handen en voeten op een judomat gaan en links of rechts een rol voorover maken. Uiteindelijk moesten wij achterover vallen en onze val breken door af te slaan. We moesten op trapkussens stoten en op veilige afstand van zeker drie meter stoten en trappen maken naar elkaar. ‘Denk aan elkaar’s veiligheid’ zeiden deze instructeurs steeds.

Crux
Precies in deze laatste opmerking van onze rijksinstructeurs zit een zwakke plek in onze trainingen PPO/FVT. We moesten slag- en traptechnieken trainen op drie meter afstand van elkaar. Een snelle stoot of trap helemaal in het luchtledige. Bovendien werden wij zo geëxamineerd. Onze snelle trap- en stoottechnieken in het niets werden beoordeeld. Sommige collega’s slaagden cum laude! Hoe kan dat?

Want, techniek is heel wat anders dan vaardigheid. Vaardigheid is het inzetten van techniek geheel aangepast aan de omstandigheden. Vaardigheid wordt vooral bepaald door aanpassingsvermogen gebaseerd op kijken, luisteren en aanvoelen. Voor beroepskrachten met een meer dan gerede kans op geweld is vooral het kijken, luisteren en aanvoelen van (lastige) opponenten van groot belang. En hier zit hem de crux.

Beoordeling
Nu ben ik zelf een beroepskracht in een werkveld waar regelmatig agressie, bedreiging en geweld voorkomt. Tegelijk is over mij in een beoordeling vastgelegd dat ik een medewerker ben die ‘zijn eigen veiligheid van ondergeschikt belang maakt aan dat van de organisatie’. Daar ben ik trots op. Dit is niet voor niets over mij zo vastgelegd.

Zo een prima beoordeling is niet over mij opgemaakt vanwege mijn verdedigende techniek waarmee ik mijzelf (en vooral) mijn collega’s meermaals uit netelige situaties heb weten redden. Aan mij is vooraf gaand aan deze beoordeling gevraagd hoe ik doe wat ik doe. ‘Heel scherp voelen, luisteren en kijken naar alles dat er gebeurde’ heb ik geantwoord. En zo zit het precies. Alleen aldus verkregen informatie gaf mij het inzicht op adequate wijze op te kunnen treden op het juiste moment. Niet mijn aangeleerde techniek op zichzelf.

Wachten
Want, eigenlijk deed ik nooit iets. Behalve mijn voelsprieten, oren en ogen wijd open zetten. Het klinkt raar als ik zeg dat ik eigenlijk alles zag, hoorde en voelde. Ik wachtte altijd op acties van mijn tegenstander(s). Zodra ik door had hoe mijn tegenstander(s) bewogen, deed ik precies wat zij niet van mij verwachten. Stuk voor stuk volgde ik ze. Niet alleen door naar ze te kijken maar ook door naar ze te luisteren. Mijn omgeving bleef ik voelen. Nooit maakte ik mij druk omdat ik wist waar ik was. Ik wist waar iets was, stoelen, tafels en kasten stonden en ik wist waar voorwerpen lagen die ik zou kunnen gebruiken om mijzelf en mijn collega mee te helpen.

Eigenlijk was ik heel geduldig aan het wachten. Ondanks de chaos van het moment. Wachten op wat mijn tegenstander(s) zouden doen. In de chaos van zulke momenten is dat voor sommige van mijn collega’s soms heel vreemd geweest om mee te maken. Sommigen hebben dit zelfs vastgelegd in hun rapportages over zulke incidenten. Dan stond erin dat het hen verbaasde hoe ik zo kalm kon blijven. Maar, ik was niet kalm … ik was wachtende. Wachtend op mijn kans de juiste techniek op het juiste moment in te zetten.

Techniek
Het draait binnen de zelfverdediging en het beroepsmatig fysiek optreden helemaal niet om de juiste vechttechniek. Die krijgen wij binnen onze trainingen PPO/FVT eindeloos herhaald aangeboden. Op veilige afstand bovendien omdat wij elkaar niet mogen raken. Trainingen waarin medewerkers worden beoordeeld op de uitvoering van hun techniek. In het luchtledige. In het niets.

Zonder de beroepsmatige context erbij te betrekken worden dit trainingen met een beperkte waarde. Waarin eigenlijk alleen de techniek van een medewerker beoordeeld wordt maar niet diens vaardigheid. Vaardigheid is het desnoods geheel om kunnen vormen van een aangeleerde techniek aan de hand van specifieke omstandigheden tot een bruikbare handeling waarmee tegenstanders overwonnen kunnen worden.

Spel
Wangedrag, agressie, bedreiging en geweld is volgens mij een spel waarin beroepskrachten hun tegenstander(s) voor moeten blijven. Een riskant spel overigens. Meermaals ben ik beroepsmatig meer en minder ernstig gewond geraakt. Toch heb ik het in de riddertrainingen zelfverdediging die ik verzorg nog steeds over een ‘spel’. Waarin beroepskrachten leren (veel) beter te voelen, luisteren en kijken naar specifieke omstandigheden van dat moment.

Geduldig wachtend op acties van aanvallers. Of heel geduldig wachtend op het juiste moment om met de juiste techniek en de juiste aanpassing zelf de aanval te kiezen. Dit probeer ik mijn cursisten op een speelse en lichte wijze aan te leren. Zonder hen eindeloos in de techniek te drillen en te zorgen dat zij alleen op zichzelf letten. Zo keren cursisten zichzelf naar binnen terwijl het in de zelfverdediging en het beroepsmatig fysiek optreden van groot belang is de aandacht naar buiten te keren. Want, wat leer je van het eindeloos herhalen van een beweging? Die beweging en meer niet.

Distilleren
Een beroepskracht die cum laude zijn certificaat weerbaarheid/zelfverdediging/PPO/FVT gehaald heeft is wat mij betreft niet meteen ook de medewerker die het best om kan gaan met wangedrag, agressie, bedreiging en geweld. Het gaat erom situaties juist in te schatten en op basis van die inschatting een juiste keuze te maken. Pas dan kan een beroepskracht het goede doen: zichzelf verdedigen of de aanval kiezen om zijn taak vanuit diens functie uit te kunnen voeren.

Zelf kende ik een Indie-veteraan die tegen mij altijd gezegd heeft ‘de slechtste uit zijn opleiding’ te zijn geweest. De weinige collega’s van hem die op dit moment nog in leven zijn vertellen over zijn heldendaden aan mijn kinderen. Hoe onderscheidde hij zich? Door oplossingen te zien waar anderen die helemaal niet meer zagen. Hoewel hij zelf altijd zei de slechtste uit de opleiding te zijn, was hij wel de beste in het zoeken van oplossingen. Weer een bewijs dat vechten (in dit geval op leven en dood) niet om techniek draait maar om aanpassingsvermogen. Om voelen, luisteren en kijken naar omstandigheden en daar oplossingen uit distilleren.

Daarom gebruik ik in mijn riddertrainingen zelfverdediging die ik bij Sta Vast Training in Bussum verzorg (voor beroepskrachten) altijd de volgende slogan: ‘leer alles zien … dan kan je alles doen’.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have Comments (2)

Zelfverdediging Tip 34: vecht nooit ongewapend terug!

Intentie

Om zelfverdediging voor jezelf te kunnen rechtvaardigen is het belangrijk te kunnen terugkijken op een daadwerkelijke bedreiging en/of aanval. Werd je werkelijk bedreigd en was er echt sprake van een aanval op lijf, leden, eigendom of derden?

Achteraf zullen opsporingsinstanties, het OM en onze rechterlijke macht namelijk altijd proberen te beoordelen of tegenpartij de macht en kracht wel had om sprake te laten zijn van een bedreiging danwel aanval. Ook tellen zij mee of er overduidelijk sprake was van de intentie te komen tot een bedreiging danwel aanval. En het doet er voor deze ‘beoordelaars’ niet toe of tegenpartij in het vechten geoefend was of niet. Tegelijk vinden deze ‘beoordelaars’ het wel belangrijk te mogen weten of de verdedigende partij geoefend was in vechtsporten, vechtstijlen of verdedigingssporten.

Dagelijks geweld

Nu is het zo dat criminele opponenten naar mijn ervaring altijd in kringen verkeerd hebben waarin geweld dagelijks voorkomt … zij zijn vanuit dit standpunt beslist praktijkervaren. Zij weten uit de praktijk van het straatvechten wat wel en wat niet werkt. Zij hebben weinig respect voor vechtsporten, dojovechters, wedstrijdvechters en recreanten uit allerlei verdedigende systemen. Zij hebben alleen respect voor tegenstanders die dit afdwingen kunnen. Dat zijn feitelijk enkel en alleen hun ‘collega’s’, hun broeders in het kwaad danwel personen die deze omgeving kennen.

Die kennen het klappen van de zweep. Die weten dat er niet met vechthoudingen, scheidsrechters en wedstrijdregels gevochten wordt in het echte gevecht. Niemand komt in een echt gevecht aan jou vragen om eens lekker te stoeien, te sparren of zelfs iets stevig maar beheerst te vechten. Er wordt gezocht naar of gezorgd voor een aanleiding. Waarna de hel losbreekt. Binnen enkele seconden. Er wordt niet gevochten, er wordt aangevallen. En daar zit een wereld van verschil tussen. Het is bijzonder moeilijk het van een echte straatvechter te winnen.

Worstelen

Soms vragen mensen mij welke vechtsport de ‘beste’ vechtsport is om voor de zelfverdediging te trainen. In eerste instantie antwoord ik vaak: het worstelen. Of dit nou Grieks-Romeins of vrije stijl of Sambo-worstelen is. Dit is mijn mening gebaseerd op mijn praktijkervaring. Een mening die ik uitdraag in mijn riddertrainingen zelfverdediging bij Sta Vast Training in Bussum.

Die ik al vlot daarna vaak bijstel: de stijl van je tegenstander. Ongeacht wie dat is of wat die doet en hoe die dat doet. Want, je tegenstander was vaak al op jou aan het loeren. Die had zijn strategie al klaar en wist al welke aanvallen hij gebruiken zou en op welk moment. Hij bepaalde tijd en plaats. Zonder dat jij dit wist. Wat kan jij hier dan nog ongewapend tegenin brengen?

Jouw tegenstander op straat is vaak sterker, ervarener, geharder, getrainder en gemotiveerder. Hij weet al hoe die jou zal aanvallen. Hij heeft het initiatief. Hij heeft niet voor niets besloten het gevecht tegen jou te kiezen. Voor hem ben jij slechts een zoveelste slachtoffer. Bovendien heeft hij vrienden bij zich. Hij is ervan overtuigd het van jou te kunnen winnen.

Hoe denk jij tegen zo een opponent ongewapend overeind te blijven? Dat is vaak meer geluk dan wijsheid. Kijk eens op de website van Cold Steel naar leuke wandelstokken.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Geen categorie and have No Comments

Zelfverdediging Tip 33: maak snel een einde aan onenigheid.

IMG_1922

Het was direct over met de onenigheid …
‘Adrie, toen ik 9 was heb ik van mijn opa een mes gekregen hoor’, antwoordde een nieuwe cursist van 12 jaar oud in mijn ridderfactortrainingen zelfverdediging op mijn vraag of hij wel eens met messen gespeeld heeft.

Hij is geboren uit een cultureel gemixt ouderpaar en waar zijn Hollandse vader het heel belangrijk vond dat dit jongetje leerde polderen, conflicten uitpraten en met iedereen ruzieloos omgaan, is het binnen zijn migrante achtergrond gebruikelijk dat jongens al heel vroeg leren omgaan met messen. In eerste instantie om te kunnen villen en fileren en pas in tweede instantie om deze handigheid ook ter zelfverdediging te kunnen gebruiken. En dat snapt dit jongetje heel goed omdat er in zijn moederland familieleden meer en minder ernstig gewond geraakt zijn tijdens het met messen uitvechten van conflicten.

Is het in dit licht bezien niet jammer dat ikzelf in ons Nederland, nog wél als kind het spel ‘landjepik’ gespeeld heb maar geen enkel kind dit spel tegenwoordig nog kan spelen? Bij ‘landjepik’ pik je land van elkaar af. Dat doe je door in het zand een vierkant te tekenen en daar met messen in te gooien. Vanaf de boven- en onderkant van het lemmet trokken wij lijnen waarmee het stukje land verdeeld werd tussen de spelers. Totdat het land helemaal van de winnaar was. Die had over het algemeen het best met zijn mes geworpen. Meswerpen deden wij als kind al op de basisschool in ons prachtige Nederland.

Bij mij op de zaak in Bussum moet ik nu, veelal op persoonlijk verzoek van cursisten in mijn riddertrainingen zelfverdediging hen het meswerpen opnieuw bijbrengen. Zij snappen inmiddels waarom. Want, als je goed met een mes kan werpen kan je met elk voorwerp goed gericht werpen.

Een van mijn cursisten heeft inmiddels een halve literfles bronwater tegen de borst van een nare tegenstander geworpen en het was direct over met de onenigheid.

Share on Facebook
posted by Adrie de Herdt in Zelfverdediging and have No Comments